Wolken

Inleiding

Men kan stellen dat verschillende wolkengeslachten karakteristiek zijn voor het heersende en het toekomstige weer, In hetgeen nu volgt ga ik trachten een opsomming te geven van de verschillende geslachten met daarbij enige verklaring. Wegens de grote verscheidenheid van wolkenformaties, beperk ik mij tot de tien belangrijkste geslachten.

De wolkenclassificatie

Hoge bewolking

cirrus afkorting: ci (nederlands : vedertoefje)

Op een hoogte tussen 8000m en 12000m , bestaan uit ijskristallen, geven geen neerslag, deze bewolking duidt op een weersverslechtering vanuit het ZW, op een weersverbetering van het O

cirrocumulus afkorting: cc (nederlands : opgestapelde veders)

Op een hoogte tussen 6000m en 10000m, ontstaan bij de nadering van een warmtefront, geven geen neerslag, voorspellen de komst van regen of sneeuw, in de zomer vaak met onweer

cirrostratus afkorting : cs (nederlands : vederdeken)

Op een hoogte tussen 6000m en 8000m, beginfase van een warmtefront, geven geen neerslag, regen binnen de 24 uur

Middelbare bewolking

altocumulus afkorting : ac (nederlands : hoge opgetilde stapel )

Op een hoogte tussen 3000m en 6000m, voorbode slecht weer, geven geen neerslag

altostratus afkorting : as (nederlands : hoog, opgetild deken)

Op een hoogte tussen 3000m en 5000m, voorste begrenzing van regen of sneeuw, geven geen neerslag

nimbostratus afkorting : ns (nederlands : laag deken met regen)

Op een hoogte tussen 2000m en 5000m, de eigenlijke regen of sneeuwwolk, kan gedurende langere tijd regen of sneeuw geven

Lage bewolking

stratus afkorting : st (nederlands : deken )

Op een hoogte tussen 500m en 2000m, optrekkende mist, kan motregen of motsneeuw geven, voorste begrenzing van intensere regen of sneeuw, mist

cumulus afkorting : cu (nederlands : hoge stapel)

Op een hoogte tussen 500m en 6000m, hoge toppen, geven geen neerslag, groeien meestal uit tot cumulonimbus

stratocumulus afkorting : sc (nederlands : laag met opbollingen)

Op een hoogte tussen 500m en 2000m, geven geen neerslag, duiden op wisselvallig weer

cumulonimbus afkorting : cb (nederlands : stapelwolk met regen)

Op een hoogte tussen 3000m en 15000m, buienwolk met dikwijls onweer bij het overtrekken van een koufront

 

Dit geeft al een redelijk goed overzicht in verband met de wolkenformaties en naamgeving aan de verschillende varieteiten. Deze soorten kunnen voorkomen met bijbehorende vormen en verschijnselen :
a) fibratus (ci-cs) = vezelachtige, draadachtige structuur.
b) uncinus (ci) = met toefjes, haarlokjes, als kleine hockeystikjes.
c) castellanus (ci-cc-ac-sc) = met torentjes die een gemeenschappelijke basis hebben.
d) spissatus (ci) = zo dit gelaagde cirruswolken dat ze nabij de zon een grijsachtige kleur krijgen.
e) floccus (ci-cc-ac) = kleine vlokken in een stapelvorm.
f) stratiformis (ac-sc-cc) = gelaagd zonder enige opstapeling.
g) nebulasis (cs-st) = in de vorm van grote sluiers.
h) lenticularis (cc-ac-sc) = horizontaal liggende lenzen soms met de kleuren van de regenboog aan de randen.
i) fractus (st-cu) = in flarden, verzameling snippers.
j) humilis (cu) = kleine verticale ontwikkeling.
k) mediocris (cu) = middelmatige verticale ontwikkeling.
l) congestus (cu) = sterke opbollende verticale ontwikkeling.
m) calvus (cb) = de contrasten in de structuur vervagen : bevriezingsstadium zet zich in.
n) capillatus (cb) = de buienwolken hebben langharige ontwikkelingsvormen.
Soorten mist
STRALINGSMIST = door het afkoelen van het aardoppervlak kan zich door condensatie van de waterdamp aanwezig in de lucht , mist vormen.
ADVECTIEVE MIST = mist die afkomstig is van een andere plaats waar zich stralingsmist gevormd heeft.
DOOIMIST = wanneer smeltende sneeuw overstroomd wordt met warmere lucht dan ontstaat er mist of stratus.
ZEEVLAM = wanneer het koele zeewater overstroomd wordt door veel warmere lucht, ontstaat er mist, zeevlam genoemd.