Klimaat

Klimaatstreken op aarde

Niet iedereen op onze aarde geniet van hetzelfde weertje. Op basis van deze verschillen heeft men

de wereldweerkaart verdeeld in verschillende klimaatgebieden. De poolgebieden (de meest noordelijk of zuidelijk gelegen gebieden) kennen over ’t algemeen vorst en een zeer korte dooiperiode.in de zomer. De taiga (uitstrekkend van Scandinavie tot Kamchatcha en van Alaska tot New-Foundland) kent ook nog een zeer koud klimaat. Tijdens de korte zomer is er zelfs geen enkele vorm van landbouw mogelijk. Het bergklimaat (Alpen, Himalaya, Cordillera’s) trekt vooral de wintersporters naar zich, maar ook het zomers klimaat is daar niet onaangenaam. De moesson en de subtropen kennen een droog en een regenseizoen (de bekendste gebieden zijn ZO-Azie en Florida). De droogste gebieden op aarde vindt men wel waar het steppeklimaat heerst(de woestijngebieden behoren echter niet bij het steppeklimaat). Het kenmerkt droog weer met zeer strenge vorst in de winter met slechts twee maanden met neerslag, meestal dan nog zonder enige betekenis (Midden USSR en midden USA) . Het woestijnklimaat is wel het droogste, daar in deze gebieden soms jaren en jaren geen regen valt en het daarenboven overdag snikheet is (Sahara in Noord-Afrika en West-USA). Het ons welbekende gematigde klimaat kenmerkt zeer onstandvastig weer met koele zomers en zachte winters.

 

Klimaat in Belgie

Het klimaat verschilt hierin van het alledaagse weer dat het klimaat een gemiddelde waarde is van allerlei waarnemingen van het weer gedurende een langere periode. Deze periode is meestal zo’n dertig jaar. Door deze gemiddelden kunnen we een bepaalde stempel drukken op het klimaat heersend in een bepaald gebied. In ons land kan men drie verschillende klimaatsoorten terugvinden nl. het zeeklimaat, het gewijzigd zeeklimaat en het gewijzigd continentaal klimaat. Het zeeklimaat omvat de provincies West- en Oost-Vlaanderen en het westelijk deel van Antwerpen en Henegouwen. Hier is de invloed van de noordzee het beste te merken. In de zomer wordt de temperatuur enkele graden teruggedrongen en in de winter werkt het zeewater verzachtend. De gemiddelde temperatuur varieert hier van 3 º C in januari en 16º,9º C in de maand juli. Het tweede klimaatgebied is het gewijzigd zeeklimaat dat zich uitstrekt van de provincie Antwerpen en Limburg over Brabant en Noord-Namen tot de provincie Henegouwen. De invloed van de zee is hier al duidelijk afgezwakt. De gemiddelden liggen hier al iets verder uit elkaar nl. 2,5º C in januari en 17,2 in juli. De derde en laatste streek is het gewijzigd continentaal klimaat dat zich handhaaft boven het gebied ten zuiden van Samber en Maas. De invloed van de zee is hier nog nauwelijks te merken en is de temperatuursschommeling het grootst, -0,4º C in januari en 15,2º C in juli. De julitemperatuur is aan de lage kant door de verhevenheid van deze streek.

klimaatbelgie

Gemiddelden en extremen

Temperatuur

Als men het temperatuursverloop bekijkt van een be-paalde dag zonder dat er gedurende die dag een weersverandering optrad, ziet men dat de hoogste temperatuur van de dag opgete-kend wordt rond 15 a 16 uur en de laagste temperatuur rond zonsopgang. Dit heeft te maken met de tijd dat de aarde warmte opneemt en dan gedurende de nacht weer uitstraalt. Uit deze twee temperaturen waargenomen op die dag kan men het gemiddelde berekenen. Normaal berekent men enkel het maandgemiddelde en vergelijkt men deze waarde met de waarde die gemiddeld was voor de laatste dertig jaar. Op die wijze kan men zien of de gemiddelde temperatuur van een bepaalde maand normaal, hoger dan normaal of lager dan normaal was. Alhoewel deze gemiddelden redelijk betrouwbaar zijn in verband met het heersende klimaat kunnen er sommige jare duchtige verschillen ontstaan. Deze waarden die gemiddeld te hoog of te laag waren noemt men extremen. Zo is de laagste temperatuur in Ukkel in januari 1940 ooit waargenomen – 18,7º C en de hoogste temperatuur in Ukkel in juni 1947 ooit waargenomen 38,8º C.

luchtdruk

Als men een heel jaar aanschouwt over een bepaalde tijd in verband met de luchtdruk, kan men een redelijk vast wederkerend patroon terugvinden. Gedurende de maanden januari en februari is het winters hoog overheersend, in maart en april de lagedruk met de maartse buien en de aprilse grillen, in mei juni en juli de invloed van de anticycloon der Azoren, in augustus de lagedruk met de onweersdepressies, in September het nazomers hoog en in het najaar zijn dit de atlantische depressies en de najaarsstormen.

windrichting

Wat zeker belangrijk is voor ons weersverloop, is de overwegende windrichting, die zuid tot zuidwest georienteerd is, wat ons het zachte en wisselvallige weer bezorgt.

windrichtingbelgie

neerslag

In verband met de neerslag kan men zeggen dat de grootste hoeveelheid neerslag in augustus valt en de kleinste hoeveelheid neerslag in december valt.